Wifi

We hebben er allemaal wel eens mee te maken gehad; een slecht functionerende Wifi verbinding. Wifi is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven en we gebruiken onze draadloze netwerken steeds intensiever. Niet alleen de laptop is verbonden, ook smartphones, tablets, spelcomputers en smart-tv’s werken steeds vaker met een draadloze internetverbinding. Er komen ook steeds weer nieuwe, slimme apparaten bij die niet zonder wifi kunnen. Denk hierbij aan thermostaten, chromecast en fototoestellen. In een gemiddeld huishouden is vaak ook nog sprake van meerdere smartphones, laptops en tablets die allemaal tegelijkertijd op internet willen. Dat is niet alleen bij jou thuis, ook bij je buren speelt ditzelfde scenario. Je moet er dus ook niet vreemd van opkijken dat je moeiteloos twintig netwerken kunt oppikken in je huis.

De verwachting is dat in 2017 in totaal 20 miljard apparaten gebruik zullen maken van Wifi. Meer apparaten, meer applicaties, meer data !!!

Daarnaast gaan we tegenwoordig anders om met data. Waar we tot voor kort Wifi alleen gebruikten om op het internet te surfen en op gezette tijden iets te downloaden, daar gebruiken we het nu om continue te streamen.

Gaat wifi ten onder aan zijn eigen succes? Wifi is immers niet geschikt voor veel gebruikers. De hamvraag is of we uberhaupt iets kunnen doen om het draadloze netwerk in huis te verbeteren?Feit is dat we wel steeds meer verwachten van ons draadloze netwerk want Internet abonnementen worden immers steeds sneller. Volgens internetprovider Ziggo wordt bij hen momenteel het abonnement met een snelheid van 120 Mbit/s het meest gekozen. Gebruikers van zo'n snel internetabonnement verwachten vervolgens wel dat ze ook draadloos gebruik kunnen maken van die hoge snelheid. Het Agentschap Telecom, de uitvoerder en toezichthouder op het gebied van telecommunicatie, heeft recent onderzoek laten doen naar wifi-gebruik in woonwijken, winkelcentra en kantoortuinen. In 25 procent van de testlocaties in woonwijken zijn er zoveel netwerken dat de snelheid sterk afneemt. In flats en appartementen is dat zelfs bij 57 procent van de onderzochte locaties het geval.

De router, meestal geleverd door de internetprovider, is vaak uit het zicht weggestopt in de meterkast. De internetverbinding komt daar in veel gevallen ook binnen. De meterkast zit doorgaans in de hal van je huis. Internetproviders verwachten dat je de router zo dicht mogelijk bij het abonnee-overnamepunt installeert; vaak in de meterkast dus. Een gesloten kast op een plaats die niet bepaald centraal in je huis zit, is niet echt de meest ideale omgeving voor een draadloze router. In veel huizen kom je hier op de begane grond nog wel mee weg, maar op de eerste verdieping zal de snelheid en het signaal vaak al merkbaar minder zijn, terwijl je op zolder vaak geen enkele ontvangst meer hebt. 

Wifi (of Wi-Fi zoals het officieel door de Wi-Fi Alliance wordt geschreven) is de merknaam voor draadloze netwerken gebaseerd op IEEE 802.11-standaarden. De term Wi-Fi heeft verder geen enkele betekenis, het staat dus niet - zoals vaak wordt aangenomen - voor Wireless Fidility.  De eerste Wifi variant 802.11 werd in 1997 geïntroduceerd. In verbeterde vorm (802.11b) deed de technologie vanaf 1999 succesvol zijn intrede bij consumenten thuis en werd omgedoopt tot Wi-Fi.

Het succes van wifi komt voor een groot gedeelte doordat de technologie zonder vergunning gebruikt kan worden. Er kan frequentieruimte worden gebruikt op twee frequentiebanden: 2,4 en 5 GHz. De 2,4GHz-frequentieband wordt eruit het meest gebruikt. De eerste wifi-standaarden maakten alleen gebruik van 2,4 GHz. Nog steeds is er veel apparatuur enkel geschikt is voor 2,4 GHz. Veruit de meeste gebruikers werken dus op de 2,4GHz-band. De toegestane frequentieband loopt echter maar van 2400 tot 2483,5 MHz en er is dus maar 83,5 MHz bandbreedte beschikbaar.

Binnen die kleine bandbreedte zijn toch 13 verschillende kanalen gedefinieerd waar je als gebruiker uit kunt kiezen. Kanaal 1 begint bij 2412 MHz en die frequentie loopt per kanaal op met steeds 5 MHz totdat kanaal 13 wordt bereikt met een basisfrequentie van 2472 MHz. Dertien kanalen klinkt nog best wel schappelijk. Helaas heeft een kanaal geen 5 MHz bandbreedte nodig, maar wordt er 20 MHz bandbreedte per kanaal gebruikt. De kanalen overlappen elkaar dan ook voor het grootste gedeelte. Stel je bijvoorbeeld kanaal 6 in, dan worden op de achtergrond ook de frequenties gebruikt die worden aangeduid als 4, 5, 6, 7 en 8. De overlap is zelfs zo groot dat je eigenlijk alleen de kanalen 1, 6 en 11 kunt gebruiken.

In theorie zou je in Europa in plaats daarvan ook de kanalen 1, 5, 9 en 13 kunnen gebruiken. De kanalen 1, 6 en 11 zijn echter in de Verenigde Staten de enige optie en een erfenis van het inmiddels vrijwel niet meer gebruikte 802.11b. Veel apparatuur maakt hierdoor automatisch de keuze voor kanaal 1, 6 of 11 omdat dat ook bij ons de meest  'storingsvrije' kanalen zijn.

Op de 2,4GHz-band zijn eigenlijk dus maar drie kanalen beschikbaar. Je kunt het beste geen andere kanalen dan 1, 6 of 11 kiezen. In een ideale Wifi wereld zou je daarom met al je buren afspraken moeten maken zodat iedereen netjes om en om een ander kanaal kiest. Bij huizen met drie verdiepingen gebruik jij bijvoorbeeld kanaal 1 op zolder, kanaal 6 op de eerste verdieping en kanaal 11 op de begane grond. Je buurman kiest dan 6 voor de zolder, 11 voor de eerste verdieping en 1 voor de begane grond. In een straat met rijtjeshuizen is dat nog wel mogelijk, maar in een appartementencomplex is het al snel onbegonnen werk.

De 2,4GHz-band is overvol, gelukkig biedt de 5GHz-band uitkomst. Een belangrijk voordeel is dat de 5GHz-band veel minder gebruikt wordt. Dat lijkt natuurlijk maar tijdelijk, want de standaard 802.11ac, geintroduceerd in 2014, die alleen gebruik maakt van 5 GHz is in opkomst en zal steeds populairder worden. De tweede reden is de beschikbare capaciteit. In potentie biedt deze frequentieband 455 MHz aan bandbreedte, meer dan vijf keer zoveel als op 2,4 GHz. Deze totale bandbreedte is verdeeld over drie blokken 5150 tot 5250 (A), 5250 tot 5350 (B) en 5470 tot 5725 MHz (C). Net als bij de 2,4GHz-band is de bandbreedte op de 5GHz-band verdeelt in kanalen.

In het eerste blok zijn bijvoorbeeld vier kanalen ondergebracht die ieder netjes een volle bandbreedte van 20 MHz tot hun beschikking hebben. Anders dan op de 2,4 GHz-band is er dus geen overlap tussen kanalen. Combineer dat met het feit dat er in Europa in totaal negentien kanalen zijn gedefinieerd en de 5GHz-band lijkt de ultieme oplossing voor wifi-problemen. Helaas zijn er vier echt vrije kanalen. Deze kanalen bevinden zich in band A en hebben de kanaalnummers 36, 40, 44 en 48. Deze vier kanalen kun je op iedere 5GHz-router gebruiken.

De overige 15 kanalen zijn strenger gereguleerde DFS-kanalen en kan je niet op alle apparatuur gebruiken. Vier kanalen is er nog altijd eentje meer dan het aantal effectieve kanalen op 2,4 GHz, zul je denken. Toch is dat niet helemaal waar. Om de meeste snelheid uit een router te halen, worden er kanalen gebundeld. Bij 802.11ac worden er normaal gesproken vier kanalen gebundeld tot één kanaal met een totale bandbreedte van 80 MHz. Je houd bij het standaardblok dan dus maar één kanaal over.

Vijftien kanalen op de 5GHz-band zijn zogenoemde DFS-kanalen. De frequenties die deze kanalen gebruiken worden naast wifi ook gebruikt door luchtvaart- en weerradars. Radars hebben voorrang op wifi en dus moet een DFS-kanaal worden vrijgegeven zodra de router een radar detecteert. Veel routers op de Europese markt ondersteunen geen DFS-kanalen. Wrang is dat dezelfde routers in de Verenigde Staten juist wél ondersteuning bieden.

Vier van deze extra kanalen (52, 56, 60 en 64) hebben net als de volledig vrije kanalen een maximaal zendvermogen van 200 milliwatt. De overige elf kanalen (100, 104, 108, 112, 116, 120, 124, 128, 132, 136, 140) hebben een maximaal zendvermogen van 1 watt. Je krijgt met DFS-kanalen dus een hoop meer speelruimte om te experimenteren. Helaas vermelden routerfabrikanten vrijwel nooit in de specificaties welke 5GHz-kanalen ondersteunt worden en dat kan per merk en zelfs per routertype binnen een merk verschillen. Je kunt in je router zelf wel eenvoudig zien of DFS ondersteund wordt. Kun je een hoger kanaal dan 48 kiezen, dan ondersteunt je router (een gedeelte van) de DFS-kanalen. Er is DFS-ondersteuning tegengekomen bij ASUS-routers, AVM Fritz!Box-routers, Apple AirPort-routers en heel verrassend blijkt ook de Ziggo Ubee EVW 3200 DFS-kanalen te ondersteunen. 

Wifi maakt gebruik van vergunningsvrije frequentieruimte. Deze frequenties worden daarom niet alleen voor wifi gebruikt, maar ook voor andere apparatuur. De 2,4GHz-band is eigenlijk een ISM-band die bedoeld is voor industriële, wetenschappelijke en medische toepassingen. Een belangrijke toepassing is de magnetron en dat apparaat is zelfs de reden voor het wereldwijde vergunningsvrije gebruik van de 2,4GHz-band. Ook medische apparatuur en sommige soorten verlichting zenden op frequenties op de 2,4GHz-band uit.

De vergunningsvrije communicatietoepassingen toepassingen als wifi, bluetooth en ZigBee (domotica) mogen de eigenlijke ISM-doeleinden niet storen. Nu is dat in het geval van een magnetron natuurlijk niet zo'n probleem: zo'n apparaat bevat geen ontvanger. Dit soort apparatuur en andere communicatiestandaarden op de 2,4GHz-band zorgen wel voor onzichtbare storing op je netwerk die je niet oppikt met een wifi-scanner.

802.11n
De meest gebruikte vorm van wifi is momenteel 802.11n, waarvan de standaard is vastgesteld in 2009. Ten opzichte van de 802.11g-standaard uit 2001 zijn er drie belangrijke verbeteringen. De belangrijkste verbetering is dat er door het toevoegen van antennes meer dan één datastroom mogelijk wordt. De maximale snelheid per datastroom is 150 Mbit/s. De eerste exemplaren hadden één of twee antennes. Latere modellen hebben drie antennes met een theoretische topsnelheid van 450 Mbit/s. Ook nieuw is dat twee kanalen van 20 MHz gekoppeld kunnen worden tot één kanaal van 40 MHz. Dit is nodig om de topsnelheid van 150 Mbit/s per antenne te kunnen halen.
Op de 2,4GHz-frequentie is een 40MHz-kanaal door het overvolle spectrum meestal niet mogelijk en zal je router terugvallen naar 20 MHz met een topsnelheid 72,2 Mbit/s per antenne. Misschien de belangrijkste verbetering voor wifi-problemen is dat er naast de 2,4GHz-band ook gebruik gemaakt kan worden van de 5GHz-band. Op 5 GHz is het doorgaans wel mogelijk om een bandbreedte van 40 MHz te gebruiken. De eerste 802.11n-routers ondersteunden alleen 2,4 GHz, maar inmiddels is de 5GHz-band op vrijwel iedere router beschikbaar en kun je beide frequenties tegelijkertijd gebruiken.

De 802.11ac-standaard First Wave maakt uitsluitend gebruik van de 5GHz-band, voor de 2,4GHz-band maken ac-routers gebruik van 802.11n. Het grootste verschil met 802.11n is dat er bij 802.11ac voor meer bandbreedte vier 20MHz-kanalen worden samengevoegd tot één kanaal van 80 MHz met een topsnelheid van 433,3 Mbit/s. Daarnaast biedt de standaard eventueel ook ondersteuning voor 160MHz-kanalen. Door een betere modulatie (256-QAM) is de bandbreedte die per kanaal gehaald kan worden hoger dan bij 802.11n. Op een 20MHz-kanaal kan maximaal 86,7 Mbit/s gehaald worden, terwijl op een 40MHz-kanaal 200 Mbit/s mogelijk is.

Eerder is aangegeven dat er maar vier kanalen op de 5GHz-band echt vrij te gebruiken zijn waardoor er voor veel routers dus maar één mogelijk 80MHz-kanaal beschikbaar is. Net als bij 802.11n kan er van meerdere antennes en dus datastromen gebruik gemaakt worden. Dit wordt ook wel aangeduid als MIMO; Multiple-Input and Multiple-Output. Bij één antenne is de maximumsnelheid dus 433,3 Mbit/s, bij twee antennes 867 Mbit/s en bij drie antennes 1300 Mbit/s. De meeste ac-routers die je momenteel kunt kopen, hebben een theoretische maximumsnelheid van 1300 Mbit/s. In de praktijk haal je hier maximaal 600 Mbit/s mee als je pc of laptop ook drie datastromen ondersteunt. De meeste laptops ondersteunen echter maar twee datastromen, waarmee in de praktijk zo'n 380 Mbit/s is te halen.

Het maximaal toegestane vermogen voor Wifi (en dus ook voor een accesspoint)  is 100 milliwatt. Wanneer een apparaat met een groter vermogen wordt geplaatst dan zorg je waarschijnlijk voor overlast bij je buren. Daarnaast biedt het geen enkele garantie voor een beter netwerk.

Het plaatsen van een nieuwe router of extra accesspoint in de meterkast lost vaak niet het wifi-probleem in het hele huis op.

Inmiddels zul je wel begrepen hebben dat het afdekken van je hele huis via één draadloze router niet realistisch is. Veel mensen die wifi-problemen ervaren, vervangen de router van hun internet provider. Soms helpt dit, maar in de praktijk blijkt vaak ook dat een (in theorie) betere router niet veel meer dekking of snelheid biedt. Dat komt doordat ook voor een nieuwe router de meterkast geen ideale plek is. Je wilt je router het liefst zo centraal mogelijk in je huis hebben. Een eigen router kun je in principe neerzetten waar je maar wilt, zolang er maar een netwerkverbinding van die plek naar de meterkast loopt.

Je kunt een aantal instellingen controleren zodat je zeker weet dat je router op de belangrijke 2,4GHz-band goed staat ingesteld. Stel je router eerst zo in dat hij niet compatibel is met 802.11b en als het kan ook niet met 802.11g: hierdoor wordt je netwerk sneller. Kies qua kanaalbreedte voor 20 MHz, dwing 40 MHz zeker niet af. Tot slot kun je proberen het kanaal op de 2,4GHz-band te wijzigen. Kies alleen kanaal 1, 6 of 11. In het kader 'Achterhaal een goed kanaal' lees je hoe je het beste kanaal kunt achterhalen. Je kunt altijd even kijken of je je router wat beter kunt instellen.

Voor het gebruik van een accesspoint heb je bij voorkeur een vaste netwerkaansluiting nodig op de plaats waar je hem wilt installeren. Heb je een netwerkaansluiting op bijvoorbeeld je eerste verdieping of zolder, dan is een accesspoint echt de beste oplossing om je draadloze netwerk uit te breiden. Soms zijn accesspoints duurder dan een draadloze router van hetzelfde merk met dezelfde draadloze specificaties. Je kunt in zo'n geval gerust de draadloze router kopen in plaats van het accesspoint. Iedere draadloze router kun je gebruiken als accesspoint om je draadloze netwerk te vergroten. Sommige draadloze routers zoals die van ASUS of NETGEAR kun je via de webinterface direct instellen als accesspoint. Bij andere routers zul je zelf zaken als de DHCP-server moeten uitschakelen. Soms krijg je met een draadloze router als extraatje dan ook nog een switch, want die zit lang niet in alle accesspoints ingebouwd.

Een repeater of range extender is een kastje dat je in het stopcontact plugt waarna het wifi-signaal versterkt wordt hetgeen je dekkingsproblemen oplost. Je moet je echter wel bewust zijn van de sterke en zwakke punten van deze oplossing. Een repeater moet tegelijkertijd ontvangen en zenden. Dit zorgt ervoor dat de bandbreedte en dus de snelheid van het aangeboden draadloze netwerk ten opzichte van je normale netwerk wordt gehalveerd. Belangrijk voor de werking van een repeater is de plek. Je moet de repeater niet plaatsen op een plek waar je geen bereik hebt, maar juist waar je nog wel bereik hebt.

Je hebt inmiddels wel begrepen dat het zomaar ergens neerzetten van een draadloze router of accesspoint op een zo hoog mogelijk vermogen niet direct de oplossing is; buiten dat het ook niet zo'n goed idee is. Wil je echt overal een zo goed mogelijke wifi-dekking, dan zul je eerst moeten weten waar je wel en geen goede dekking hebt. Je kunt hiervoor het beste een zgn. heatmap maken: een kaartje van je huis waarmee je direct ziet hoe het met je draadloze netwerk gesteld is.

Er is software beschikbaar om een heatmap te maken..

Een powerline-adapter met ingebouwd accesspoint combineert in veel gevallen de sterke punten van een accesspoint en een repeater. Powerline is een technologie waarbij je de elektriciteitsbedrading in je huis verandert in netwerkkabels. Het probleem met powerline is dat het vaak moeilijk te voorspellen is welke snelheden er gerealiseerd worden. In het meeste gunstige geval haal je ergens tussen de 100 en 200 Mbit/s, maar je moet er niet raar van opkijken als je op een wat minder gunstige locatie nog maar iets van 30 Mbit/s haalt. Helaas kom je hier alleen achter door de powerline-adapters op de door jou gewenste locaties te installeren. Qua draadloze technologie bevatten de powerline-wifi-accesspoints één of twee antennes. Het heeft dus ook weinig zin om een beter accesspoint met drie antennes te verwerken in een powerline-adapter, omdat de beperkende factor het powerline-signaal zelf is.

We willen steeds meer draadloos en zoals je hebt kunnen lezen, barst zeker de populaire 2,4GHz-frequentie letterlijk uit zijn voegen. Ieder apparaat dat je verbindt met je draadloze netwerk zorgt in beginsel voor een minder goed netwerk. Een goed thuisnetwerk is daarom meer dan alleen een draadloos netwerk. Juist voor optimale prestaties van je draadloze netwerk kun je niet om netwerkkabels heen. Apparatuur die niet van plek verandert, sluit je het beste aan met een netwerkkabel. Denk bijvoorbeeld aan je smart tv, mediaspeler, spelcomputer en printer. Alleen netwerkapparatuur zonder netwerkaansluiting zoals de Chromecast of mobiele apparatuur zoals je smartphone, tablet en laptop verbind je met draadloze netwerk.

In de praktijk zijn vrijwel alle kanalen op de 2,4GHz-band door meerdere routers bezet. Je kunt het beste achterhalen welk kanaal het minst gebruikt wordt. Je kunt dit doen met behulp van Xirris Wi-Fi Inspector of inSSIDer. Mac-gebruikers kunnen hiervoor iStumbler gebruiken, Android-gebruikers Wifi Analyzer. Op een iPhone is het helaas niet mogelijk om draadloze netwerken te scannen. Kijk in je scanner welk kanaal het minst gebruikt wordt en het minste overlap heeft. Kies in beginsel altijd voor kanaal 1, 6 of 11. Als niemand in jouw buurt zich daar aan houdt, kun je natuurlijk ook een ander kanaal proberen. Met een wifi-scanner maak je het wifi-gebruik inzichtelijk.

De tijd waarin je met één router in je meterkast het hele huis met een goed en stabiel draadloos netwerk kon voorzien ligt achter ons. De 2,4GHz-band waarmee je in tot voor kort je huis kon afdekken is verstopt, terwijl de 5GHz-band van nature een minder bereik heeft. Op de 2,4GHz-band hoeven we geen verbetering te verwachten. We moeten de oplossing dus in de 5GHz-band zoeken. Gelukkig is er op deze band meer frequentieruimte beschikbaar. Helaas is de reikwijdte van een 5GHz-signaal minder groot en komt een 5GHz-signaal minder goed door muren heen. Van nature heb je dus al minder last van andere 5GHz-gebruikers. Uiteraard geldt dit niet alleen voor de signalen van je buren, maar ook voor je eigen netwerk.

Vaak komt een 5GHz-signaal niet eens door één verdieping heen. Je kunt een accesspoint daarom het beste op dezelfde verdieping of zelfs in dezelfde kamer neerzetten. Zo kun je het vermogen van ieder accesspoint net zover terugschroeven tot het punt waarop het voor jou nog goed werkt. Als iedereen dat doet, dan kunnen we allemaal genieten van razendsnelle wifi. Wil je ook in de toekomst genieten van een goed dekkend wifi-netwerk, dan zul je moeten wennen aan het idee dat je hiervoor meer dan één accesspoint nodig hebt. Het voordeel hiervan is dat iedereen het vermogen van de router precies kan afstemmen op zijn behoefte, waardoor het wegdrukken van de buurman niet nodig is.

Sommige routers kun je verbeteren met alternatieve firmware, DD-WRT is de bekendste. Ten opzichte van de firmware van je routerfabrikant krijg je doorgaans meer instelmogelijkheden. Zo krijg je bijvoorbeeld ondersteuning voor VLAN, iets wat niet veel routers ondersteunen. Deze virtuele netwerken worden gebruikt bij glasvezelabonnementen om internet- en televisiesignalen te splitsen. Als je een eigen router wilt gebruiken in plaats van de router van de internetprovider, moet je eigen router VLAN ondersteunen.

Ook worden er vaak instellingen mogelijk die eigenlijk niet mogen, zoals het verhogen van het zendvermogen. Kijk hier mee uit, omdat dit niet toegestaan is en omdat de router er misschien niet op berekend om langdurig een veel krachtiger signaal uit te sturen.

Je kunt via www.dd-wrt.com/wiki/index.php/supported_devices controleren of je router geschikt is.

Van alle zakelijke en consumententechnologie die we kennen, blijkt Wi-Fi de snelste ontwikkelingen door te maken. In 2017 zal er opnieuw sprake zijn van diverse nieuwe mijlpalen op dit gebied als gevolg van de exponentiële groei van het internet of things, de opkomst van nieuwe draadloze standaarden, vanuit de cloud beheerde Wi-Fi-netwerken en andere innovaties. Bijgaand vier voorspellingen voor Wi-Fi-netwerken in 2017.

In 2020 zullen er naar verwachting maar liefst tien miljard apparaten met het internet of things (IoT) zijn verbonden. Deze pijlsnelle groei zal resulteren in een steeds hogere dichtheid van apparaten binnen vaste en draadloze netwerken. We naderen een tijd waarin het leeuwendeel van het wereldwijde internetverkeer begint of eindigt met Wi-Fi.

IoT-beveiliging ontsluit nieuwe kansen voor Wi-Fi-markt; tot voor kort was het verre van eenvoudig om het groeiende aantal IoT-apparaten bij Wi-Fi-netwerken te registreren. De reden hiervoor is dat ze niet van een toetsenbord of browser zijn voorzien. Tegelijkertijd begint de overheid steeds hogere eisen te stellen aan de beveiliging, getuige de initiatiefnota 'Het Internet der Dingen: maak apparaten veilig' van Kees Verhoeven van D’66.

Leveranciers van draadloze netwerktechnologie worden hierdoor genoodzaakt om functionaliteit voor de registratie en beveiliging van IoT-apparatuur op te nemen in hun beheerkaders voor draadloze netwerken. Dit zorgt ervoor dat apparaten alleen een verbinding kunnen maken via vooraf gedefinieerde poorten en protocollen - iets wat overigens de grootschalige DDoS-aanval die in de herfst van 2016 plaatsvond zou hebben voorkomen.

Met de komst van deze nieuwe mogelijkheden zou de beveiliging in 2017 de positieve lijn verder moeten voortzetten. IoT-apparaten zullen daarmee de deur openen naar een volledig draadloze wereld.

Cloudbeheer vormt sleutel tot eenvoud en prestatievermogen; De cloud verandert voor miljoenen gebruikers de regels van het spel. Voor bedrijven groeit alomtegenwoordige, stabiele en veilige draadloze connectiviteit uit tot een eerste vereiste. De meesten van hen zijn voor hun bedrijfscontinuïteit afhankelijk van altijd beschikbare toegang tot de cloud. Dit vraagt niet alleen om een veilig draadloos netwerk, maar ook om mogelijkheden voor 24/7 bewaking en zelfherstel. Draadloze netwerken moeten ook voorzien in een gecontroleerde ontwikkelingsomgeving die de time-to-market voor nieuwe functionaliteit verkort, de prestaties optimaliseert en een einde maakt aan kostbare back-ups en ict-upgrades.

Ontwikkelingen rond 802.11ax en 802.11ad; hoewel er momenteel interessant werk wordt verricht buiten de frequentiebanden van 2,4 GHz en 5 GHz, zal de focus van de meeste draadloze apparaten en netwerken de komende twee jaar op deze twee kanalen zijn gericht. Het gebruik van 5 GHz zal daarnaast toenemen. De grote nieuwe doorbraak binnen deze frequentieband wordt vertegenwoordigd door 802.11ax. Deze standaard belooft om nog hogere snelheden en een betere spectrumefficiëntie te bieden dan momenteel mogelijk is met 802.11ac.

802.11ad is een interessante opkomende technologie waar we in 2017 meer van zullen horen. Deze draadloze standaard werkt op de frequentieband van 60 GHz. Je zou 802.11ad Bluetooth op krachtvoer kunnen noemen. De standaard doet voor video-/monitorverbindingen, dockingstations en verbindingen voor mobiele apparaten wat Bluetooth deed voor audioverbindingen: een draadloze verbinding op korte afstand (minder dan tien meter) bieden.

Het belangrijkste wat standaarden te bieden hebben, is echter een beveiliging van apparaten en netwerken. Het is belangrijk om over standaarden te beschikken die het eenvoudiger, en uiteindelijk verplicht maken om encryptie en authenticatie naar Wi-Fi-netwerken te brengen. Met het oog op het intensieve zakelijke en persoonlijke dataverkeer dat via draadloze netwerken verloopt is het van cruciaal belang om die automatisch en onophoudelijk veilig te houden.